Harm de Kleine

Een man van woorden en van muziek. Schrijft dan ook vaak over muziek. Maar soms ook niet en dat noemen we dan een Kort Verhaal. Moet je van houden.

Twitter: @harmdk | Spotify: harmpy | LastFM: harmpy

Top 2000 lijstje

david-bowie

Met de Top 2000 heb ik eigenlijk hetzelfde als met Instagram: ik snap dat mensen het leuk vinden, maar onder aan de streep kan ik er eigenlijk niet zoveel mee. Toch heb ik een account voor mijn “online profilering als smaakmaker” en daarom ook maar een lijstje gestuurd naar de mensen van de Top 2000. Uiteraard was dat een hele bevalling, zeker met maar 15 vrije keuze. Afijn, hieronder de lijst. Voor de liefhebber: hier in Spotify.

Arctic Monkeys Mardy Bum
The Beach Boys God Only Knows
The Beatles Norwegian Wood (This Bird Has Flown)
Bloc Party So Here We Are
Blur Parklife
Bob Dylan Boots of Spanish Leather
Bon Iver Skinny Love
Bruce Springsteen Born To Run
The Coral Dreaming Of You
David Bowie Life On Mars?
Editors Munich
Edwyn Collins A Girl Like You
Foo Fighters Everlong
Joy Division Love Will Tear Us Apart
Kate Bush Running Up That Hill (A Deal With God)
The Killers Somebody Told Me
The La’s There She Goes
The Last Shadow Puppets My Mistakes Were Made For You
Lou Reed Satellite Of Love
Michael Jackson The Way You Make Me Feel
The National About Today (live)
New Radicals You Get What You Give
Oasis Acquiesce
Pink Floyd Comfortably Numb
Queen Innuendo
R.E.M. Nightswimming
Radiohead Street Spirit (Fade Out)
The Rolling Stones Gimme Shelter
The Smiths William, It Was Really Nothing
Spinvis Bagagedrager
Starsailor Alcoholic
Stereophonics Handbags And Gladrags
Sufjan Stevens Chicago
Supergrass Moving
U2 The Unforgettable Fire

 


Voor ik vergeet

img_2285

Column geschreven voor muziektijdschrift The Daily Indie, september 2016

Een bekentenis: ik ben al over de dertig en heb geen rijbewijs. In onze welvaartsmaatschappij is dat een dingetje, regelmatig hoor ik verbazing. Helemaal als duidelijk wordt dat ik anderhalf uur onderweg ben met het openbaar vervoer om op kantoor te komen en dat terwijl ik woon én werk in Amsterdam.

Nog een bekentenis: deze forens-in-eigen-stad ervaart het elke werkdag reizen met de tram en bus als prettig. Het geeft me de kans om tweemaal daags een tijdlang bezig te zijn met drie van mijn favoriete dingen in het leven: lezen, mijmeren en aandachtig muziek luisteren. Wil je me echt gelukkig hebben, dan graag alle drie in één: luisteren naar een mooi liedje, de songtekst meelezen en mijmeren over wat het betekent, voor de artiest en voor mijzelf.

En zo kwam het dat ik op een vroege dinsdagochtend in bus 35 richting Molenwijk ineens aan mijn overleden oma dacht.

Die avond leerde ik dat je in Schotland de Auld Wives Lifts hebt. Drie grote rotspartijen aan het water, met drie gezichten erin geslagen. Niemand weet waar ze vandaan komen, niemand kent hun namen. In de buurt van die rotsen woonde de grootvader van Bear’s Den zanger Andrew Davie. Hij kwam er vaak en de stenen gezichten zijn de gezichten uit zijn jeugd. Jaren later werd grootvader gediagnosticeerd met Alzheimer en waren er ineens overal mysterieuze gezichten. In het prachtige, nieuwe liedje Auld Wives zingt Davie: “I see his face, carved deep in the stone. Another mind you have taken away.”

Een gezicht van steen en het afbrokkelen, ik zag het ook bij mijn oma. Ze was Alzheimerpatiënt en overleed zeven jaar geleden. Ik kende haar als een sterke vrouw. Nog voor mijn geboorte overleed haar man (zijn voornaam is mijn voornaam) en daardoor was ze al snel op zichzelf aangewezen. Rond haar vijftigste haalde ze haar rijbewijs en reed ze van kleinkind naar kleinkind, van verjaardag naar verjaardag.

Ik zag mijn oma voor het laatst als mijn oma op haar allerlaatste verjaardag. Kinderen, kleinkinderen, achterkleinkinderen: we waren allemaal gekomen naar het klinische zaaltje in het grote verzorgingstehuis, enkele honderden meters van haar oude woning waar ik zo vaak te vinden was. Taart van de Hema, slingers aan de muur, uitgepakte cadeautjes en vrolijk spelende kinderen in die lange, witte gangen. Ze glimlachte, soms, heel even.

Al vrij snel na het overlijden van mijn oma steeg Voor Ik Vergeet van Spinvis met stip in mijn top 100 van dierbare liedjes. Een liedje met bijzonder mooie regels die ik kan dromen, maar toch hieronder opschrijf. Ik denk voor de zekerheid.

Voor ik vergeet en later alles anders heet
Voor ik vergeet en ik de feiten en de cijfers en de namen van de schrijvers niet meer weet
De hele dag en alle woorden en elk uur de hele dag
En ook de nacht en de zomers en de handen van mijn vader
Vergeet ik op den duur



Ik was de Drentse Liam Gallagher

Be Here Now OASIS

Neergesabeld in de Britse pers, maar in 1997 vond de veertienjarige ik Be Here Now van Oasis een geweldige plaat.

De kenners zeiden: zeventig minuten is veel te lang.
Ik dacht: mag nog wel een uur langer duren.

Het origineel in de collectie van mijn grote broer, een kopietje in mijn door krantenlopen gefinancierde en zeker niet tegen schokken bestendigde discman.

Als de Drentse Liam Gallagher fietste ik playbackend naar de vervloekte middelbare school, gevestigd in een ander dorp, vier liedjes met een gemiddelde speeltijd van zes minuten verderop.

Niet meer dan eens probeerde ik mij – ergens tussen beide dorpen en ongetwijfeld met tegenwind – voor te stellen hoe het zou zijn om door duizenden mensen toegejuicht te worden. Als voetballer moet dat te gek zijn, maar als zanger van de beste Britse band sinds The Beatles moet dat helemaal waanzinnig zijn.

Negentien jaar later woon ik in Amsterdam en moet ik het doen met een karaokebar en een handjevol dronken Engelse toeristen.

Afijn.

Je moet er zelf wat van maken, a’je begrijpt wat ik bedoel, yeah yeah.


(7 oktober komt er een remake aan van Be Here Now. Vandaag kwam Noel Gallaghers “rethink” van D’You Know What I Mean? online en die klinkt dus verrassend fijn.)


De piano klonk geweldig

Schermafbeelding 2016-06-07 om 21.55.51

Geschreven voor 2 Meter Sessies – klik hier om de sessie met Whitney te beluisteren
—-

Donderdag, 31 maart 2016 en we hebben met Whitney afgesproken om in Amsterdam een sessie op te nemen. Ze doen een promo tour door Europa in het kader van hun op 2 juni verschijnende debuutplaat Late Upon The Lake en de vooruitgesnelde singles No Woman en Golden Days hebben er voor gezorgd dat er in elk land meer dan genoeg muziekjournalisten te vinden zijn die even een uurtje met Julian Ehrlich en Max Kakacek om de tafel willen.

Het is 10 uur ’s ochtends als Julian (zanger), Max (gitarist) en Malcolm (pianist) de 2 Meter studio binnenlopen. Het is vroeg, te vroeg voor een band op rondreis, maar er is koffie. Wat er niet is: een akoestische gitaar. De uit Amerika meegekomen label manager is behulpzaam en loopt snel terug naar het Backstage Hotel om daar de goedkope huisgitaar te lenen voor een uurtje of twee. Op de klankkast staat met grote letters Jack Daniels, maar omdat we geen televisieopnames maken is die sponsoring geen probleem. (Tijdens de sessie zal Julian nog vol verbazing uitroepen dat “this shitty guitar” toch een fijn geluid heeft.)
Na een korte soundcheck, vooral gebruikt door Max om zijn subtiel gitaargeluid te finetunen, begint de band een beetje gespannen aan de sessie. Liedje Golden Days wordt een paar keer voortijdig afgebroken. De derde keer halen ze het einde. Even is het stil, ze kijken elkaar aan en dan gejuich. “That was a pretty good take! The piano sounded great.”
Tegen het eind van de sessie bekent Julian: “Wij zijn een beetje geïntimideerd door hoe mooi deze studio is. Dat je jezelf gaat afvragen of wij wel goed genoeg zijn om hier te mogen opnemen.”
Bij ons, aan de andere kant van het glas, achter de mengtafel, is die onzekerheid moeilijk te geloven. We tellen het aantal mooi liedjes van deze sessie, vier inmiddels, en daarna onze zegeningen.
Voorzichtig vragen we: “Nog één liedje?”
Kort overleg tussen de muzikanten. Het begin was moeizaam, maar al met al voelen zich wel thuis in deze sessie en in de serene 2 Meter Sessies omgeving waar alles mag en liedjes overdoen oké is.
Dan zegt Julian: “Okay, let’s do Follow.”
En zo krijgen we als laatst het meest persoonlijke liedje van de band, eentje die Julian schreef over z’n opa die op sterven lag. “That was the closest that I could come to crying,” vertrouwt hij ons even later in het interview toe.

We nemen afscheid, na twee uur samenzijn. Op de Amsterdamse gracht gaat de label manager de band voor, op naar de volgende afspraak: in Engeland wacht NME.


Niet meer alles meteen

Schermafbeelding 2016-06-26 om 12.13.20

Column geschreven voor muziektijdschrift The Daily Indie, mei 2016

Waarschijnlijk is het de leeftijd. Is ouder worden vooral de vrijheid willen om je eigen tempo te bepalen. Het zou verklaren waarom ik steeds minder voel bij alle plotsklap-releases en teaser-tracks die zo snel mogelijk beluisterd moeten worden. Het breekt me op, liedjes consumeren als snacks. Na een week vol nieuwe Best New Music-releases hang ik in de touwen als een murw geslagen bokser.

Onlangs heb ik Scar Tissue gelezen, de even vermakelijke als expliciete autobiografie van Red Hot Chili Peppers-zanger Anthony Kiedis. Uitgebreid verhaalt hij over al die keren dat hij verslaafd was aan harddrugs. Over het op zoek gaan naar de geweldige kick die hij voelde toen hij voor het eerst een spuit in z’n arm zette. De kick die je nooit meer kan evenaren, maar waar je lichaam wel naar hunkert en waar dus je continu naar op zoek bent. Het trieste: je zal het nooit vinden.

Dat gevoel van moeten scoren herken ik wel enigszins. Niet op het gebied van je lichaam als speldenkussen gebruiken – ik vond dat ene trekje van een doodgewone Marlboro in de brugklas al niet te doen – maar meer op het vlak van de eeuwige jacht op het beste liedje van het moment. Het zo snel mogelijk in maximaal 140 karakters roepen van dit is The Next Big Thing. En na het wereldkundig maken meteen weer door naar de volgende.

Je gaat me een oude zak noemen, maar steeds meer verlang ik terug naar de tijd dat ik maandenlang één album van begin tot eind draaide. Al die intense luisterbeurten zorgden er voor dat ik helemaal met een album vergroeid raakte. Misschien draai ik ze nu niet meer zo vaak, maar kan er wel altijd naar thuiskomen.

Zoals naar Boxer van The National. In 2007 voor het eerst in mijn CD speler. Geen hype van de dag en geen minuut bij De Wereld Draait Door. Gewoon gevonden onder de N bij de lokale platenboer.

Als een verliefde tiener met een schoenendoos vol met bonnetjes, foto’s en briefjes, koester ik elke herinnering aan die tijd. Dat het album een jaar lang vast zat in de speler. Dat ik op Twitter het liefst in Matt Berninger oneliners sprak (“Let’s not try to figure out everything at once”). Dat ik een jaar na de release naar Amsterdam verhuisde en in de eerste weken van mijn nieuwe studie de plaat op een USB stick gaf aan een meisje dat ik leuk vond. Dat zij een dag later enthousiast bij me terugkwam. Dat we de band in 2010, na twee jaar vloeken op het tourschema, eindelijk samen live zagen.
Dat ik me bij elke luisterbeurt nog altijd afvraag waar het tussen ons is misgegaan.

Tijden veranderen, dat hoef je mij niet te vertellen.
Maar ik kan wel meer mijn best doen.

Dus op een zomerse zondagavond, het was al elf uur geweest, liep ik naar buiten. Deed mijn oortjes in, drukte op play en begon te lopen, zonder enig idee van richting. Een gloednieuw album, eerste luisterbeurt, benieuwd naar elke songtekst, elk geluidje.
Nog een rondje
En daarna nog een.
Thuiskomen kon altijd nog.

En bij terugkomst vroeg ik me af: zal zij A Moon Shaped Pool van Radiohead ook zo’n geweldig album vinden?