Met The Slow Show op een dak In Rotterdam

Zaterdag 13 juni 2015, op het dak van een Rotterdamse parkeergarage. Het is zomer, maar echt warm wil het niet worden deze dag. Een paar keer meen ik zelfs een regendruppel te voelen. Grote wolkenkrabbers in de verte en vlak voor me speelt mijn favoriete band van het moment: The Slow Show, all the way from Manchester.

Een half jaar geleden ontmoette ik The Slow Show voor het eerst. Het was in Groningen, op het Eurosonic Noorderslag festival. Ze hadden me ingepakt met hun twee EP’tjes – debuutplaat White Water moest nog uitkomen. ‘God Only Knows’ was het eerste liedje dat ik van ze hoorde, het zal een jaar of drie geleden zijn. Een liedje dat begint met stemmige blazers opgevolgd door die warme, bruine stem-met-een-randje van Rob Goodwin: “God only knows what I will do with you.” Meteen raak. Fuck, wat een band. In Groningen raakten we aan de praat en werd duidelijk dat The Slow Show uit louter beleefde, aardige gasten bestaat.

Op zaterdag 13 juni ontmoeten we elkaar weer, in Rotterdam alwaar ze uitgenodigd zijn door PopUp 010 om een concert te spelen op een bijzondere locatie: het dak van parking Westblaak.

Aan het eind van de middag sluit ik me bij ze aan, aan de voet van het historische Witte Huis, lange tijd het hoogste kantoorgebouw van Europa en een van de weinige gebouwen in het stadscentrum dat het bombardement op Rotterdam heeft doorstaan. Daar nemen ze een akoestische sessie op voor Re:Version, naast PopUp 010 nog zo’n tof Rotterdams initiatief op muziekgebied.

Na het spelen van de liedjes geeft Rob aan de waterkant schuchter antwoorden in het aansluitende interview. Op z’n hoofd een blauwe muts die hij hele dag ophoudt. Hij lijkt op een dokwerker en gezien de plek waar we zijn past dat eigenlijk perfect.

Samen met de manager loop ik van het Witte Huis naar de parking waar het concert zal plaatsvinden. Een wandeling van amper 15 minuten, maar omdat we ergens rechts afslaan in plaats van links, doen we er ruim een uur over. Het geeft ons wel de gelegenheid “to walk & talk”. We praten uiteraard over de band, de veranderingen in de muziekindustrie, maar ook over Rotterdam. Een mooie stad, zegt hij meerdere malen en alhoewel ik in Amsterdam woon, kan en wil ik het niet ontkennen. Hij vraagt naar de verschillen tussen die twee steden en al gauw wordt de Tweede Wereldoorlog erbij gehaald. Hoe hier alles opnieuw opgebouwd moest worden.

Als we later op de middag eindelijk de locatie hebben gevonden en god only knows hoeveel trappen omhoog hebben genomen naar het dak, soundcheckt The Slow Show daar net hun liedje ‘Dresden’.
Ineens valt alles op z’n plek: Rotterdam is meer dan een perfecte stad voor een optreden van The Slow Show. Er is namelijk een nare driehoeksverhouding: zowel Manchester, Rotterdam als Dresden zijn hevig gebombardeerd tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Ter plekke neem ik me voor om straks aan Rob te vragen of de plaats Dresden in hun liedje symbool staat voor opnieuw beginnen na een periode van bijna totale vernietiging. Een nieuwe start maken op verschroeide aarde. Wanneer we samen na de soundcheck richting het backstage gedeelte lopen, vergeet ik het uiteraard te vragen. Wel vertelt hij me dat-ie onder de indruk is van de locatie en zin heeft in het optreden. Het gaat goed met de band, ze winnen aan terrein, vooral in Nederland en Duitsland, maar ook Engeland wordt langzaam wakker. Rustig blijven bouwen is het devies.

Een verlaten kantoorruimte doet dienst als kleedkamer. De sfeer is relaxed, er wordt veel gelachen. Het filmpje van Dave Grohls valpartij in Gothenburg gaat rond. Een beste smak vinden we en al snel wordt gegrapt dat het podium hier gelukkig niet zo hoog is, hooguit 30 centimeter. Dat je wel van het dak kunt flikkeren en veel meer kan breken dan alleen je been, vergeten we voor het gemak maar even.
Pizza’s worden gebracht. Blikjes bier geopend. It’s all good.

Iets na 20.00 uur mag het Rotterdams Half Way Station de avond op het dak openen en doet dat met veel enthousiasme. Ik spot Rob in het publiek, hij knikt goedkeurend. Bijna niemand durft hem aan te spreken en ik vermoed dat hij dat wel prettig vindt. Halverwege de set loopt hij langs me. De blik is strak, de pre-show kriebels zijn dan toch gearriveerd.

Wanneer rond kwart voor tien de ruim 300 aanwezigen dichter naar het podium komen, blijkt dat The Slow Show met oprecht een headliner genoemd kan worden. Even zijn er wat technische problemen, maar het lijkt wel of niks deze avond kan verpesten. Het publiek is geduldig, steekt nog maar eens een sigaret op (we zijn immers buiten) en Rob legt rustig uit wat er aan de hand is (iets met de monitors).

Het probleem wordt verholpen en niet veel later begint de magie. Een paar akkoorden op het keyboard en dan die gruwelijk mooie stem van Rob: “Now, what have we here? The cigarrete smoke and hollow tears.” Als later de twee blazers erbij komen, weet ik het weer helemaal zeker: Fuck, wat een band.