Mijn favoriete plaat van 2017 is, denk ik, deze

“I'm still ugly, you're still fat.”

En dan nu, in de laatste uren van het jaar, mijn favoriete plaat van 2017. Eerst even dit: ik weet nooit zo goed hoe ik dat moet bepalen. Voorheen maakte ik een grote selectie op basis van hoe vaak ik een plaat gedraaid had in de afgelopen 12 maanden en of ik er nu nog naar zou kunnen luisteren. Bij lange na niet waterdicht, want hoe kun je die van januari (Strike van Moss) dan vergelijken met een vrij recentere grijsgedraaide (Sleep Well Beast van The National)?
Sommige platen kan ik echt dagen achtereenvolgens draaien (As You Were van Liam Gallagher), maar dat zou ook kunnen doordat de spoeling in die week dun was of dat ik te druk was met andere dingen om nieuw werk uit te zoeken.
Of neem het afgelopen vrijdag verschenen Just For Us van Francis and the Lights: draaide de afgelopen drie dagen niet veel anders, maar deze surprise release is kansloos op basis van plays. Daarbij: de persoonlijke ervaring leert dat ik pas iets echts zinnigs kan zeggen over een album als er een week of twee intensief luisteren is over heen gegaan.

Weet je, wellicht denk ik er teveel over na.

Over denken gesproken: er is één plaat die me elke luisterbeurt (zowel in juni als zojuist in de trein nog) aan het denken zet. En laat ik denken nou een fijne eigenschap vinden. In het algemeen, en zeker bij kunst. Dus ja, ik denk (haha) dat ik voor favoriete plaat van 2017 ga voor Is This The Life We Really Want van Roger Waters.

Waar zijn ex-Pink Floyd maatje Gilmour tegenwoordig vooral kabbelende werkjes maakt, komt Waters, op z’n 73e, gewoon met een enorm interessante plaat. Melodieus, meeslepend, tekstueel gelaagd en een fantastisch geluidsmix. Pink Floyd heeft zo’n goede plaat in de afgelopen -pak ‘m beet- 35 jaar niet meer gemaakt. Bam.

Zoiets zei ik ook op Twitter, ergens in juni en met iets minder woorden. Al snel reacties, die neerkwamen op: herhaling van zetten, voorspelbaar, kitch. (Las zelfs ergens: “De Freek de Jonge van de popmuziek”. Haha.)

Tja. Op het eerste gehoor misschien. Want, ja: de intro van Broken Bones (inclusief kuch) doet best denken aan die van Wish You Were Here. En ja, de plaat opent met stemmen door elkaar (al gedaan op The Dark Side of The Moon) en hoor dan, ook nog een tikkende klok (al gedaan in ‘Time’). En de sound, die schommelt tussen rock, jazz en hoorspel, dat is gewoon Pink Floyd (en vroeger was alles beter!!). En oef, ook zo vermoeiend: Waters is weer eens boos. Haalt-ie z’n in de Tweede Wereldoorlog omgekomen vader er ook weer bij? (Nee, volgens mij niet – tenminste niet in een directe verwijzing.)

Zo, dat is er ook weer uit. Alles blijft hetzelfde. Lekker, man. Of zoals Waters in opener ‘When We Were Young’ meteen al zegt: “I’m still ugly, you’re still fat.” Om daarna feilloos over te gaan in het toepasselijk getitelde ‘Déjà Vu‘ (topliedje ook, de zin “And it feels like déjà vu/ The sun goes down and I’m still missing you” raakt me elke keer).

Natuurlijk zit er echt wel een behoorlijk dosis 2017 in. Trump is all over the place, met een sample en in de teksten. Een ouderwetse protestplaat. De president wordt in de titeltrack nog middeleeuws uitgescholden met “nincompoop” (domoor), maar in ‘Picture That’ horen we een iets heldere omschrijving: “picture a leader with no fucking brains”. En verbazing: hoe hebben we dit kunnen laten gebeuren? Vandaar de albumtitel ook: is dit het leven dat we echt willen?

Angst. We worden gedreven door angst, legt hij uit in de titeltrack: “Fear drives the mills of modern man/ Fear keeps us all in line/ Fear of all those foreigners/ fear of all their crimes”. En misschien nog wel erger is onze onverschilligheid. Dingen komen niet meer aan. “So, like the ants, are we just dumb? Is that why we don’t feel or see? Or are we all just numbed out on reality TV?”

De oplossing zit in het sleutelnummer, ‘Broken Bones’: “We cannot turn back the clock/ Cannot go back in time/ But we can say “fuck you”/ We will not listen to/ Your bullshit and lies.”

Iets om over na te denken, ook in 2018.