11 november

Vandaag kwam ik er achter dat mijn oma vijf jaar na het einde van de Eerste Wereldoorlog is geboren, exact tot op de dag. Het moet een mooie tijd zijn geweest voor mijn overgrootouders, de afgelopen oorlog hadden ze nog niet eens een nummer gegeven.

Jarenlang vond ik 11 november een magische dag. Eerst Sint-Maarten lopen (we hadden een strategische route voor maximale snoepopbrengst) en dan door naar mijn oma, ook in het dorp, aan de Vredelaan.

Die dag stond symbool voor veel snoep, taart, lekker drinken en blije familie. Absolute vrijheid. En, zoals ik mijn oma eens toevertrouwde, het betekende ook dat het lange wachten voor mij bijna over was: “Over zeven dagen ben ik jarig!”

Mijn oma leeft al een paar jaar niet meer. De verjaardagen ’s avonds in haar huisje waren al eerder gestopt. De laatste paar keren kwamen we op een zondagmiddag rond de 11e van de 11e met de familie bijeen in een zaaltje, een minuutje lopen van haar laatste kamer. Er was snoep voor de achterkleinkinderen, taart en lekker drinken, maar het werd steeds moeilijker feestelijk te doen als dementie ook een hapje mee eet. Die verjaardagen vergeet ik liever.

Afgelopen week was ik bij mijn ouders op bezoek, in het vertrouwde dorp. De halfzus van mijn oma was er ook. Ze is van 1930, en gelukkig nog helder. We hadden het uitgebreid over vroeger, maar ook over wat voor vreselijks er toch allemaal vandaag de dag in de wereld gebeurt. Het is een zooitje. “Het gaat allemaal om macht,” wist ze. Sommige dingen veranderen blijkbaar nooit. Zo ben ik volgende week jarig.