“Zometeen gaat iemand gitaar voor jullie spelen, leuk hè?”

Koopzondag en dat kwam goed uit want in de binnenzak brandde een stapeltje boekenbonnen, verzameld op de laatste verjaardag. Lopend door het centrum en verzonken in gedachten over mogelijke nieuwe aanwinsten, registreerde ik toch de fietser die mij tegemoet kwam rijden. Ik meende een bekend gezicht te herkennen, maar de context (dit dorp) rijmde niet.

Voor de boekhandel bleef ik staan. De fietser was de hoek al om, maar ik ging nog niet naar binnen. Ik keek om en zag de fietser weer voorbij komen. We keken elkaar aan, hij trapte op de rem van z’n OV-fiets en ondanks de niet verwachte context was de herkenning wel correct. Het was inderdaad Rico, de zingende liedjesschrijver, ook bekend als Daniel Cane.

Een jaar of drie geleden stond hij gitaar te spelen op een tafel in Groningen en sindsdien kennen we elkaar. Een goede vriend inmiddels, ondanks drukke agenda’s en ver uit elkaar liggende woonplaatsen.

Mijn logische vraag: “Wat doe jij hier?”

Zijn antwoord: “Ik speel straks een paar liedjes in een verzorgingsvilla voor ouderen, hier iets verderop.”

Dat klonk plausibel. Rico is een troubadour, z’n liedjes z’n breekbare handelswaar waarmee hij heel Nederland doorreist.

Sneller dan ik ooit had verwacht, vroeg ik: “Hé, mag ik mee?”

Hij deed z’n rood-witte Omroep Brabant sjaal iets losser (een dag eerder op de Margriet Winterfair gekregen), belde netjes met de verzorgingsvilla, legde de vraag neer en werd iets later teruggebeld: het mocht.

Verder was het stil, op het kraken van de dure houten vloer na.

We moesten naar de rand van het dorp waar ik woon. Het hart van ’t Gooi, trots vermeld op de borden langs de weg. Veel groen, brede straten en grote huizen. In dit gedeelte was ik sinds mijn verhuizing uit Amsterdam nog nooit geweest.

Bij de poort drukte Rico op een paar knopjes. Een halve minuut later gingen de hekken langzaam open en liepen we over de lange, begrinte oprijlaan richting de villa. De gele OV-fiets en z’n rode Omroep Brabant sjaal rijmden steeds minder met de context. Ineens was ik me ontzettend bewust van mijn casual sportschoenen.

Door een zware voordeur liepen we de gezamenlijke huiskamer in. Enkele bewoners zaten al klaar, een man in een elektrische rolstoel was bij het raam gezet. Hij keek naar buiten. Verder was het stil, op het kraken van de dure houten vloer na.

Een verzorgster zei: “Dit is Rico, hij gaat straks een paar liedjes op z’n gitaar voor jullie spelen.”

Langs de rollators liepen we naar een even klassieke kamer, door ons besmuikt bestempeld als “backstage”. De vloer kraakte daar ook.

Rico stemde z’n gitaar en dacht na over te spelen liedjes. Ik keek wat rond en moest denken aan Derek, een comedyserie van Ricky Gervais. Hij speelde daarin een verstandelijk gehandicapte die woont in een verzorgingstehuis voor ouderen. Sommige mensen spraken daar schande van, een verstandelijk gehandicapte nadoen, maar die mensen hebben het niet begrepen. Het is een van de warmste en mooiste comedyseries die ik ooit heb gezien.

Ik keek om het hoekje en zag een verzorgster bezig zijn met het binnenrijden van meer bewoners. Ze zocht een mooi plekje uit, ging door haar knieën en aaide dan even over een arm. Soms fluisterde ze: “Zometeen gaat iemand gitaar voor jullie spelen, leuk hè?” Ze had het er druk mee, maar leek voor iedereen de tijd te hebben.

Een verzorgster fluisterde naar me: “Kan hij ook liedjes van Ed Sheeran?”

Rico had besloten wat rustige liedjes te spelen. Staande voor een peperdure piano, waar hij in een andere context zeker opgesprongen was, opende hij voorzichtig: “Ik ga een paar liedjes doen die ik heb geschreven over wat ik in mijn leven heb meegemaakt.” Hij keek de huiskamer in en verbeterde zichzelf snel: “In mijn jonge leven.”

Beheerst ging hij door een selectie van z’n repertoire heen, breekbare liedjes over ex-en, vervelende situaties en moeilijke keuzes. Soms kreeg hij applaus, ik zag hier en daar een glimlach. Een liedje van Springsteen werd ingeleid met een anekdote, het eerste liedje dat hij van z’n vader had geleerd. “Wat mooi” hoorde ik een mevrouw mompelen. Een verzorgster fluisterde naar me: “Kan hij ook liedjes van Ed Sheeran?”

Al die tijd stond ik achterin, leunend tegen een muur. Het raakte me om te zien dat Rico ook dit soort optredens doet. Een verzorgingsvilla voor ouderen is nou eenmaal een ongewone plek om op te treden voor een jonge, gedreven singer/songwriter. Net als in Derek, lijkt ook deze villa totaal afgesloten te zijn van de buitenwereld. Er is hier maar één context en die gaat om wat hier van dag tot dag afspeelt. Trump lijkt niet te bestaan. Klimaatverandering gaat hier om de temperatuur van de kamers. De dingen waar wij ons druk om maken in het leven, en waar Rico en ik het onderweg naar de villa uitvoering over hadden, lijken mijlenver te zijn. Deze villa is de eindbestemming.

Het eindapplaus klonk, ingezet door de verzorgster. Een mevrouw kon niet stoppen met klappen en bleef herhalen hoe mooi ze het had gevonden. Ze mocht daarom Rico een fles rode wijn overhandigen. “Ontzettend bedankt,” zei ze erbij. “Je moest eens weten hoe fijn wij dit allemaal vinden. Verder gebeurt er niet zoveel.” De verzorgster lachte en Rico beloofde de fles niet in één keer op te drinken.

Samen liepen we terug, over de lange, begrinte oprijlaan. Bij de poort drukte Rico op een paar knopjes. Een halve minuut later gingen de hekken langzaam open en niet veel later waren we weer in onze bekende context. Het liep tegen zessen en ik voelde in mijn binnenzak. De boekenbonnen brandden weer, maar die kon ik nog altijd een ander keertje inwisselen.

(Muziek)redacteur en tekstschrijver bij een mediaproductiebedrijf in Hilversum. Lees verder

Site Footer